In 1897 werd de vlag door Gedeputeerde Staten erkend. In 1927 werd de vlag voor het eerst officieel gebruikt op het Provinciehuis (Provinsjehûs). Pas in 1957 is de vlag door de Staten van Friesland vastgesteld en aan de Koningin ter bevestiging aangeboden en vanaf 1958 de officiële vlag van Friesland.
De zeven rode pompeblêden (bladeren van de gele plomp) verwijzen naar de middeleeuwse Friese 'zeelanden': zelfstandige landstreken langs de kust van Alkmaar tot de Wezer, die samengingen in een verdedigingsverbond tegen de Noormannen.
Het Friese wapen herinnert aan de Middeleeuwen. De 7 blokjes verwijzen naar de 7 (middeleeuwse) zeelanden. Dit waren zelfstandige landstreken langs de kust van Alkmaar tot de Weser, die samengingen in een verdedigingsverbond tegen de Noormannen. In zijn oorspronkelijke vorm werd het wapen in 1830 door het Fries Genootschap als zegel gebruikt. In de jaren daarna vond je het wapen ook op de vlaggen terug.